Fort de Gagel lag al anderhalve eeuw onder het zand, maar nu kan er gegeten, gedronken en gefeest worden!

Fort de Gagel lag al anderhalve eeuw onder het zand, maar nu kan er gegeten, gedronken en gefeest worden! Hoe tover je een waterliniefort om in een gloednieuw restaurant en een locatie voor evenementen? Onder meer door maar liefst 7000 kuub zand te versjouwen, blijkt op Fort De Gagel bij Utrecht. En door lef te tonen, zegt Sybren Ophof, een van de twee directeuren.

Want dat heb je nodig als je besluit de enorme berg grond weg te halen, waaronder het fort al zo’n anderhalve eeuw begraven lag. En op die plek een compleet nieuw restaurant met twee verdiepingen te bouwen, tegen de achtermuur van het antieke verdedigingswerk aan.

Ophof loopt trots door dit kunststukje, dat het donkere fort een compleet nieuw gezicht heeft gegeven. Daglicht stroomt naar binnen door de grote ramen. Aan het eind van de ruimte een open keuken en tegen de achtermuur een grote bar. Je kunt je bijna niet voorstellen dat hier sinds 1879 duizenden tonnen grond lagen, die nu helemaal zijn weggegraven.

Zelden vertoonde ingreep

Het is een ingreep zoals je maar zelden ziet bij forten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Het zijn tenslotte monumenten die ook nog eens zijn uitgeroepen tot UNESCO Werelderfgoed. Het was dan ook een ‘bumpy ride’ om dit voor elkaar te krijgen, beaamt de 49-jarige Utrechter, die het begin september geopende complex samen met Pascale Heinsius (44) uit Maarssen runt.

,,We hebben lang gezocht naar de juiste vorm, waarmee ook partijen als de monumentendienst, de gemeente Utrecht en de provincie het eens waren.” Want de metersdikke laag aarde waaronder veel waterlinieforten verscholen gaan, hoort bij de militaire objecten als Bassie bij Adriaan. Het zand moest de kogelinslagen van de vijand opvangen.

Het restaurant is gebouwd op de plek waar vroeger tonnen grond lagen, bedoeld om vijandelijke kogels op te vangen. 

Weghalen kón door de toezegging het restaurant zo te bouwen dat die weer verwijderd kan worden. ,,De constructie kan worden losgeschroefd. En we hebben alle grond bewaard. In theorie kunnen we alles in oude staat terugbrengen.”

Of dat ooit nodig is? Ophof verwacht het niet. Ondertussen is hij erg dankbaar voor de medewerking die hij kreeg van mensen ‘met lef’, bij onder meer forteigenaar de gemeente Utrecht.

Geluidsstudio en duivenvereniging

Zo’n tien jaar geleden besloot de gemeenten het fort, dat onderdak gaf aan onder meer een geluidsstudio en een duivenvereniging, een nieuwe bestemming te geven. Vorig jaar stapten Ophof en Heinsius in het project. Ophof had ervaring in de evenementenbranche (hij stond aan de wieg van DeFabrique in Maarssen), Heinsius in de horeca (haar familie bezat restaurant Geesberge bij Maarssen). ,,Pascale en ik zijn hier wezen kijken en binnen vijf minuten wisten we het: dit gaan we doen.”

En ze leverden geen half werk. ‘Beginnen met een 9’, noemt Ophof dat. Er kwam een parkeerplaats voor honderd auto’s, het fort kreeg een complete make-over en alle ruimtes kregen nieuwe bestemmingen.

Oude hospitaal

Zo kunnen in het wachthuis uit 1851 grote bijeenkomsten worden gehouden en ook feesten (waarbij de 1,5 meter dikke muren handig zijn tegen geluidsoverlast). De entreeruimte naar de rest van het fort zit in de kazerne uit 1879, het tweede grote gebouw. Deze ruimte is gevestigd in het oude hospitaal. Een lamp in de vorm van een rood kruis herinnert hier aan.

Via de entree kom je bij de vergaderzalen (daar zijn er zeven van) en uiteindelijk ook in het kruitmagazijn. Deze raamloze ruimte wil Ophof gebruiken om het verhaal over het fort te vertellen.

Het terras buiten. Je zit er naast een van de drie bunkers uit de jaren 30 van de vorige eeuw.

Een soort Wie is de Mol?

,,Hier doe ik dat old school, met video’s, teksten en foto’s. Maar we gaan ook een spel maken om het verhaal te vertellen. Deelnemers krijgen een ring met vijf sleutels eraan, die passen op ruimtes op het forteiland. Daar moet je dan opdrachten doen, bijvoorbeeld door een ruimte met laserstralen gaan of met vlaggen seinen.” Het is een soort Wie is de Mol?, beaamt Ophof lachend, maar dan in een waterliniefort.

Rondlopend wijst hij op allerlei details, zoals de scharnieren van de deuren: ,,Die zijn van messing gemaakt. Want dat vonkte niet, in verband met het kruit dat in het fort lag.”

Draai je eens om met je rug naar de Domtoren, de natuur is hier dichterbij dan je denkt

Sybren Ophof

In de moderne wc’s is ook het verleden te zien: achter glas zien we drie oude poepdozen voor de soldaten. Even verderop in de gang is een antieke metalen lift. ,,Om de munitie mee naar boven te hijsen”, zegt Ophof. ,,Hij doet het nog prima.”

Aan bijna alles kleeft een verhaal. ,,Zo zijn de bladen van de ronde tafeltjes in het restaurant gemaakt van een plataan van het Vredenburg.” En om het nóg Utrechtser te maken: op een muur in het restaurant prijkt een enorme schildering van vossen, gemaakt door kunstenaar JanIsDeMan.

Trekpontje

Ophof is ‘heel trots’ op wat hij en Pascale Hensius bereikt hebben. Hij hoopt dat hun onderneming ook een uitvalsbasis wordt voor recreanten in het Noorderpark. Om dat snel bereikbaar te maken, komt er een trekpontje over de fortgracht. Ik zeg steeds: ,,Draai je eens om met je rug naar de Domtoren, de natuur is hier dichterbij dan je denkt.”

Terwijl hij vertelt, overlegt Heinsius met de koks. Hoe is het de ondernemers eigenlijk gelukt voldoende personeel te vinden in deze tijd? Dat bleek niet zo moeilijk, zegt Ophof. ,,Niemand kan koks krijgen, maar wij wel. Waarom? We hebben een prachtige moderne keuken, die open is naar het restaurant. Veel koks werken in raamloze hokjes in de binnenstad, hier is daglicht én kun je naar buiten kijken.”

Oud en nieuw in Fort De Gagel bij Utrecht. In de moderne wc is er een doorkijkje naar de oude poepdozen van de soldaten. En ook de oude munitielift is er nog (én werkt nog).

Horeca de redding van veel forten

De Nieuwe Hollandse Waterlinie telt 45 forten. Daarin is van alles te vinden, van musea tot bierbrouwerijen. Maar horeca heeft de overhand.

,,Dat zit in zeker meer dan de helft van de forten’’, zegt Titia de Zeeuw van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. ,,Je kunt stellen dat horeca de redding van veel forten is.”

Dat de forten nu werelderfgoed zijn, betekent niet dat je er niets meer kan of mag. ,,Die angst is er, maar die is onterecht. Je kunt als ondernemer nog veel doen, al heb je uiteraard beperkingen.”

Fort De Gagel is zo’n voorbeeld van wat er allemaal wél kan. De Zeeuw is blij met de nieuwkomer, die volgens haar echt wat toevoegt. ,,Op de meeste forten is de horeca alleen overdag open, maar op De Gagel ook ’s avonds en zeven dagen per week.”

Lunchen of dineren in Fort de Gagel? Reserveer je plekje!

©AD.nl